Sorry! The information you are looking for is only available in Dutch.
Deze opleiding is bewaard in Mijn studiekeuze.
Deze opleiding kan niet bewaard worden.
Je bent nog niet ingelogd in Mijn studiekeuze. Log in of maak een account aan om jouw opleidingen op te slaan.
Er gaat iets mis, probeer het later nog een keer.

We snakken weer naar onderwijs op de campus

29 april 2021
Na ruim een jaar van drastische maatregelen om het coronavirus te bestrijden, kunnen we niet wachten om terug te keren naar de campus. Aan de VU brengen we achter de schermen alles in gereedheid om, nu er versoepeld mag worden, ook hier de maatregelen af te schalen. José van Schie, afdelingshoofd bij Student- en Onderwijszaken en lid van het Operationeel Crisis Team (OCT), vertelt hoe dat in zijn werk gaat.

Hoe komen de coronamaatregelen aan de VU eigenlijk tot stand?
“Toen de coronacrisis uitbrak, kwam het OCT samen om alles in goede banen te leiden. Ik behartig het onderwijs. Anderen houden zich bezig met werken, campus, bedrijfsvoering en evenementen. En natuurlijk gaat het bij dat alles om zowel Nederlandse als internationale studenten en medewerkers. Hoe dan ook is het kabinetsbeleid leidend. Zodra er een persconferentie heeft plaatsgevonden en er nieuwe maatregelen worden afgekondigd, bekijken we wat dat voor de VU betekent. De afgelopen maanden waren er geen grote veranderingen. Al sinds half december 2020 kan er door de lockdown helaas alleen locatiegebonden onderwijs, vooral practica dus, plaatsvinden op de campus. En zijn onze studieplekken beschikbaar voor studenten voor wie thuis studeren moeilijk is."

"In het begin van de crisis werden alle beslissingen genomen door het CvB, direct gevoed door het OCT. Inmiddels kondigen de maatregelen vanuit het rijk zich eerder aan, en treffen we vooral voorbereidingen voor besluitvorming elders in de organisatie. Het team staat natuurlijk ook niet op zichzelf: we krijgen input van een stevige achterban, waaronder het Code Rood team onderwijs “En er gloort licht: het rijk kondigde voor eind april versoepelingen aan. Dan gaan er bij ons allerlei radertjes draaien. Wat wil dat zeggen voor de VU? Hoe uitvoerbaar zijn de maatregelen? Wat leeft er binnen de organisatie? Wat moet er in gang gezet worden? En hoe doen andere universiteiten dat? Het blijft natuurlijk spannend, want niets is zeker, maar we zorgen wél dat alles in de startblokken staat en dat we iedereen zo goed mogelijk informeren.”

Waar moeten we dan allemaal rekening mee houden?
“Nou, we hebben het nog steeds over anderhalve-meter-onderwijs, dus hoe dan ook spelen er verschillende afwegingen. Eerder wilden we bijvoorbeeld niet midden in een onderwijsperiode omschakelen van online naar fysiek onderwijs. Dat vraagt nogal wat. Maar dat laten we los. We snakken weer naar onderwijs op de campus. De verwachting is dan dat we met 400.000 m2 wel wat studenten kwijt kunnen, óók op afstand. Maar we moeten rekening houden met de openbare ruimtes – de liften, trappenhuizen en gangen – waar we ook de veiligheid moeten waarborgen. Om een idee te geven: normaal hebben we in collegezalen plek voor 11.000 studenten, in coronatijd waren dit er door de anderhalve meter afstand 2.100. En natuurlijk is het niet wenselijk dat er duizenden studenten per dag met de tram of trein naar de campus komen. Ook met de vervoerregio zijn er dus afspraken gemaakt over het maximaal aantal reisbewegingen als onderdeel van de coronamaatregelen.”

“Gaandeweg leren we. Zo kozen we er aan het begin van de crisis voor om het onderwijs niet in blokken van twee uur, zoals we gewend zijn, maar in dagdelen van vier uur te organiseren. Dat zorgde voor minder bewegingen en dus meer studenten op de campus. Maar een college van vier uur, dat houdt niemand vol. Faculteiten moesten dus creatief met die beschikbare tijd omgaan. Zo werden er naast colleges en werkgroepen bijvoorbeeld ook scriptiesessies georganiseerd, uiteraard allemaal op anderhalve meter. Sowieso is het schrijven van een scriptie een solitaire bezigheid, maar zeker in deze tijd kun je je voorstellen hoe eenzaam dat kan zijn. Om daar ieder afzonderlijk achter de eigen laptop maar toch samen in een lokaal aan te kunnen werken, dat bleek een goede zet. Studenten hadden steun aan elkaar.”

“Sowieso verschilt de invulling per faculteit, per opleiding en per vak. Zo geven sommige opleidingen voorrang aan eerstejaarsstudenten, maar als die studenten elkaar al in practica op de campus treffen, kan het ook de voorkeur hebben om juist onderwijs voor masterstudenten op de campus te organiseren. Er is maatwerk nodig. Want hoe passen we een groep van honderd studenten in een zaal waarvan de capaciteit normaal toereikend was maar nu maar vijftien is? Dat vraagt wat van ons onderwijs. Wat bieden we dan aan? Hoe organiseren we dat? Veel van dat soort beslissingen worden niet in de crisisorganisatie genomen, maar juist door de opleidingen zelf. Dat geldt ook voor invoering van een landelijk besluit als de zachte knip.”

Wanneer je terugkijkt op de maatregelen tot nu toe, wat neem je dan mee, en wat moet er dan in het vervolg anders?
“Voor het eerste semester, vanaf september 2021, koersen we op het gebruik van de campus zonder beperkingen. We zijn immers een campusuniversiteit. We kiezen dan toch weer voor onderwijs in blokken van twee uur. Dat maakt de organisatie van het onderwijs voor de faculteiten een stuk gemakkelijker. Die keuze, tussen meer studenten kunnen toelaten of het onderwijs beter kunnen organiseren, is lastig. Maar we hebben ons gerealiseerd dat het onderwijs centraal moet staan, niet de capaciteit of de logistiek. En sowieso, of het nu crisistijd is of niet, moeten we ons blijven verplaatsen in studenten en docenten. Hoe ervaren zij het? Wat is voor hen belangrijk, en waarom? Daarop moeten we onze keuzes baseren. Wat we in de samenleving zien, gebeurt natuurlijk ook aan de VU: zoveel mensen, zoveel meningen. Zo zagen we studenten demonstreren op het Museumplein omdat ze meer fysiek onderwijs wilden, maar was de opkomst vrij laag toen we wel weer een deel van het onderwijs op de campus konden geven. En ook voor docenten geldt: voor de een biedt het online onderwijs nieuwe mogelijkheden, terwijl een ander het liefst zo snel mogelijk weer terug wil naar de campus.”

“Als het gaat om blended en activerend onderwijs, dan hebben we ons daarin enorm ontwikkeld in de afgelopen tijd. Dat willen we graag vasthouden en voortzetten. We kijken dus voor de start van het nieuwe semester hoe we zowel de campus volledig kunnen benutten als ook online onderwijs een plek kunnen blijven geven. Elke opleiding buigt zich over de vraag: welk onderwijs komt waar het meest tot zijn recht, op de campus, online of blended?”

“Aan alles merk ik, ondanks de coronamoeheid waar iedereen last van heeft, dat we het alleen sámen kunnen doen. En dat er toch, ondanks of misschien juist vanwege de coronabeperkingen, veel moois ontstaat. Laten we dat vasthouden voor de toekomst die, zodra het kan, weer zoveel mogelijk samen is. Ook online, maar vooral op de campus.”

Dit interview is onderdeel van de tweeluik: 'Studeren en werken in crisistijd: hoe doen we dat aan de VU eigenlijk?'